Surfen op internet doe je met een speciaal programma. Dit noem je een browser.
Wat zie je allemaal op je scherm? Het bovenste deel is de titelbalk:



In de titelbalk kun je zien welke pagina zichtbaar is.
In dit voorbeeld zie je een pagina over tijdsbesteding in het verzorgingslokaal van de digitale school:



De tweede balk is de menubalk:



Hier kun je verschillende menukeuzen maken. Je klikt erop met de muis.
De derde balk is de werkbalk (hieronder in twee delen weergegeven):



De knoppen betekenen:

Vorige En pagina (die al eerder bekeken is) terug
Volgende En pagina (die al eerder bekeken is) vooruit
Stoppen Het opvragen van een pagina onderbreken
Vernieuwen Een pagina opnieuw opvragen
Start Direct naar de startpagina
Zoeken Laat een nieuw venster zien die je helpt bij het zoeken op internet
Favorieten Laat onder andere jouw favoriete pagina's zien
Geschiedenis Laat zien welke internetpagina's eerder zijn bekeken
Kanalen Opent een venster waarin je voor een aantal bedrijven kunt kiezen
Volledig scherm Laat een groot venster zien met alleen de werkbalk
Mail Je emailoprogramma starten (meestal Outlook Express)
Afdrukken Een print maken van de pagina
Bewerken Om iets aan een internetpagina te veranderen
De laatste twee knoppen kun je niet altijd zien. Ze zitten soms verstopt.
De vierde balk is de adresbalk:



Hierin staat het adres van de pagina waarnaar je kijkt. Dit adres wordt ook wel een URL genoemd (Uniform Resource Locator). Het grootste deel van het scherm is het documentvenster. Hier worden de internetpagina's weergegeven. De onderste balk van het Explorer-venster heet de statusbalk:



Hier lees je informatie over de pagina, die je aan het bekijken bent.

Internet vaardigheden